ifac | EPC-label vs. de werkelijke energiefactuur: Waarom theorie en praktijk niet altijd matchen
EPC-label vs. de werkelijke energiefactuur: Waarom theorie en praktijk niet altijd matchen
Wie een woning koopt of huurt, kijkt tegenwoordig als eerste naar de letter op het energieprestatiecertificaat (EPC). Een label A belooft lage energiekosten, terwijl een label F doet fronsen. Toch merken veel eigenaars en huurders dat hun reële verbruik op de jaarafrekening soms sterk afwijkt van wat die theoretische energiescore voorspelt. Hoe komt dat precies, en waar moet u als koper, verkoper of verhuurder écht op letten?
Wat meet een EPC eigenlijk wel (en wat niet)?
Een EPC-attest berekent het theoretische energieverbruik van een gebouw per vierkante meter vloeroppervlakte per jaar (kWh/m²). Hierbij vertrekt de energiedeskundige van standaardparameters: een gemiddelde binnentemperatuur, een standaard gezinssamenstelling en genormaliseerde weersomstandigheden.
Het certificaat brengt puur de fysieke eigenschappen van het pand in kaart:
-
De isolatiegraad van dak, muren en vloeren.
-
Het type beglazing en raamprofielen.
-
Het rendement van verwarmingsinstallaties, sanitair warm water en ventilatie.
-
Eventuele hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnepanelen of een warmtepomp.
Wat het EPC niet meet, is hoe de bewoners zelf met energie omgaan. En net daar ontstaat de kloof tussen het theoretische label en het effectieve verbruik.
De 3 grootste redenen waarom uw factuur afwijkt van het EPC
-
Bewonersgedrag en leefgewoonten: Staat de thermostaat standaard op 19°C of op 22°C? Werkt u fulltime thuis of bent u overdag de deur uit? Neemt iedereen dagelijks een lang bad of een korte douche? Twee identieke woningen met identiek hetzelfde label A kunnen door uiteenlopende leefpatronen een totaal andere energiefactuur hebben.
-
Het rebound-effect bij energiezuinige woningen: Wie in een energiezuinige woning woont (label A of B), stookt vaak comfortabeler en minder waakzaam, omdat de woning toch als 'zuinig' bekendstaat. Omgekeerd springen bewoners van een minder energiezuinige woning (label D, E of F) dikwijls uiterst spaarzaam om met verwarming uit schrik voor torenhoge kosten.
-
Huishoudelijke apparaten tellen niet mee: Het EPC focust op gebouwgebonden energie (verwarming, warm water, koeling en ventilatie). Huishoudtoestellen zoals wasmachines, droogkasten, inductiekookplaten, servers of het opladen van een elektrische wagen vallen buiten de berekening, terwijl ze wel zwaar doorwegen op de totale elektriciteitsfactuur.
Wat betekent dit voor kopers en huurders?
Het EPC blijft een onmisbaar instrument om panden objectief met elkaar te vergelijken. Het toont immers hoe energie-efficiënt de 'schil' en de installaties van de woning zijn, los van wie er woont.
Toch staart u zich best niet blind op enkel de letter:
-
Vraag naar reële verbruikscijfers: Vraag bij aankoop of huur gerust naar de werkelijke afrekeningen van de vorige bewoners om een indicatie te krijgen, maar hou rekening met hun gezinssamenstelling.
-
Kijk naar het EPC-aanbevelingenrapport: Het attest bevat concrete tips om de woning stap voor stap energetisch te verbeteren. Zeker bij woningen die onder de renovatieverplichting vallen, geeft dit meteen inzicht in de toekomstige investeringen.
Uw vastgoedgids in energietransitie en beheer
Of u nu een energiezuinige nieuwbouw koopt, een renovatiepand overweegt of een woning verhuurt: inzicht in het energieprofiel van uw eigendom beschermt uw rendement en wooncomfort op lange termijn.
Bij Ifac begeleiden we zowel eigenaars als huurders met objectief advies over energetische renovaties, marktconforme huurprijzen en correcte verhuurdossiers.
Wilt u weten hoe energiezuinig uw vastgoed scoort of plant u een aankoop of verkoop in onze regio? Neem gerust contact op met ons team, we gidsen u graag verder.